Beleidsbrief OCW: hoopvolle richting, concrete randvoorwaarden ontbreken

Kunst Centraal Knutselles - Marieke Duijsters

Afgelopen vrijdag publiceerde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Beleidsbrief 2026–2030. Daarin schetst het ministerie de koers van het beleid voor de komende jaren. Voor de culturele sector bevat de brief herkenbare en op zichzelf positieve voornemens, maar concrete keuzes blijven grotendeels uit. Wat staat er in de brief?

  • OCW kondigt aan dat de subsidies voor het programma School & Omgeving vanaf 2029 worden omgezet in structurele bekostiging. Dat biedt perspectief op meer continuïteit voor scholen en samenwerkingspartners, waaronder culturele organisaties.
  • Het ministerie spreekt de ambitie uit om culturele instellingen en makers meer langjarige zekerheid te bieden. Hiervoor wordt gewerkt aan een wijziging van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, zodat subsidies voor een langere periode kunnen worden verstrekt. Besluiten over de inrichting van het cultuurbestel vanaf 2029 volgen echter pas na de zomer van 2026, na overleg met fondsen, sector en medeoverheden.
  • Talentontwikkeling krijgt nadrukkelijk aandacht. Samen met het IPO en de VNG wordt verkend welke rol muziekscholen en centra voor de kunsten hierin spelen.
  • Daarnaast werkt OCW aan een duurzamere en eenvoudigere aanpak van cultuureducatie op school. Meer duidelijkheid hierover volgt in de zomer van 2027.

Positieve richting, concrete keuzes blijven uit

De richting die OCW schetst, is hoopgevend. Cultuur wordt neergezet als een onmisbare pijler van een weerbare samenleving en er is oog voor stabiliteit op de lange termijn. Wij hopen nadrukkelijk dat die langjarige zekerheid ook op gemeentelijk niveau werkelijkheid wordt. De brief blijft op cruciale punten vaag.

Wat wij daarbij scherp willen benadrukken: talentontwikkeling kan niet zonder brede toegankelijkheid. De focus op talentontwikkeling is begrijpelijk, maar vraagt om een én-én-benadering. Talent groeit niet alleen in selectieve trajecten, maar ontstaat juist doordat kinderen en jongeren op school én in hun vrije tijd laagdrempelig met cultuur in aanraking komen. Zonder een sterke, brede basis blijft talentontwikkeling beperkt tot enkelen. Juist daarom is die brede basis een randvoorwaarde.

Wie maakt het cultuurbestel weerbaar?

Het ministerie stelt dat de verbondenheid die cultuur brengt onze samenleving weerbaar maakt. Maar de vraag die blijft liggen is: wie maakt de cultuursector zelf weerbaar? Brede toegankelijkheid vraagt om structurele investeringen en heldere borging. Tegelijkertijd krijgt de culturele en creatieve sector steeds meer maatschappelijke taken, terwijl de beschikbare middelen afnemen.

Zonder duidelijke keuzes over financiering en borging dreigt de belofte van een toekomstbestendig cultuurbestel een papieren werkelijkheid te blijven. Als cultuur zo’n belangrijke rol krijgt toebedeeld, dan vraagt dat om meer dan mooie woorden: het vraagt om concrete zekerheid en structurele ondersteuning.

Wat wij doen voor onze leden

Als vereniging blijven wij deze punten actief agenderen bij OCW, gemeenten, het IPO en de VNG. Wij brengen de praktijkervaringen van onze leden onder de aandacht, pleiten voor een stevige verankering van cultuureducatie en cultuurparticipatie en zetten in op structurele zekerheid als basis voor toekomstbestendig beleid.

Zonder duidelijke keuzes over financiering en borging dreigt de belofte van een weerbaar cultuurbestel een papieren werkelijkheid te blijven. Als cultuur zo’n belangrijke rol krijgt in beleid, dan vraagt dat om meer dan mooie woorden. Wij blijven ons inzetten om die woorden om te zetten in concrete randvoorwaarden voor onze leden.