Er zijn twee uitspraken geweest waar de rechter ‘ondernemerschap’ als volwaardig criterium heeft meegenomen in de weging van een arbeidsrelatie. Zowel bij een uitspraak over Uber als bij een uitspraak over Outdoor Alpine. Vooral de uitspraak over Chef Pannenkoek is interessant. Een simpele uitleg:
De aanleiding was een zzp-bedrijfsleider die met terugwerkende kracht toch als werknemer wilde worden gezien bij het intrekken van de opdracht wegens geschil over kasgeld en betalingen. De rechter woog vanuit de gezichtspunten als volgt:
- Het restaurantbedrijf bepaalde veelal wanneer en hoe er moest worden gewerkt, niet de bedrijfsleider. Indicatie loondienst.
- De bedrijfsleider kreeg de bedrijfskleding (had hij dus niet zelf), en hij deed veelal hetzelfde werk als de andere medewerkers. Indicatie loondienst.
- Maar hij had géén recht op verlof. Indicatie zelfstandigheid
- En er werden géén functioneringsgesprekken met hem gevoerd. Indicatie zelfstandigheid.
- Er was niets afgesproken over een eventuele verplichting het werk persoonlijk uit te voeren. Indicatie loondienst
- De bedrijfsleider wilde indertijd per se een overeenkomst van opdracht aangaan, en er was inderdaad een modelovereenkomst van opdracht aangegaan. Indicatie zelfstandigheid.
- De bedrijfsleider factureerde €30,- per uur, met btw, hij kreeg geen loonstroken en er werd geen loonbelasting inhouden. De beloning was hoger dan die van werknemers. Indicatie zelfstandigheid.
- De bedrijfsleider had een eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Hij had al jarenlang een eenmanszaak, en hij werkte ook vaak als zelfstandige. Indicatie zelfstandigheid.
Uitspraak van de rechter: “Gezien alle omstandigheden, kan dit niet worden aangemerkt als een loondienstverband. Deze partijen hebben zich meer gedragen als opdrachtgever en opdrachtnemer dan als werkgever en werknemer.”
Opvallend omdat ondernemerschap flink heeft meegewogen. Ondanks bedrijfskleding, inbedding, werk behorende tot de kernactiviteiten dat ook gedaan werd door mensen in loondienst en een uurtarief van € 30,- toch als eindoordeel dat er sprake is van opdrachtgever / opdrachtnemer verhouding.
Door deze uitspraken ontstaat er meer duidelijkheid over hoe de rechter de 9 gezichtspunten in de praktijk toepast. Maar ook hier past een slag om de arm; iedere arbeidsrelatie wordt uniek gewogen, iedere situatie is anders. Maar het laat wel zien, dat in dit geval het gezichtspunt ‘ondernemerschap’ volledig werd meegewogen en zwaarder werd bevonden dan ‘inbedding’.