Laatste update op 11 JUNI 2026
Cultuur is zelden verkiezingsthema, maar na de gemeenteraadsverkiezingen staat er veel op het spel
Nu de uitslagen binnen zijn en de onderhandelingen over coalities beginnen, is dit hét moment om het belang van cultuur nadrukkelijk op tafel te leggen. In de aanloop naar gemeenteraadsverkiezingen ging het zelden over cultuur. Toch wordt juist in de gemeente bepaald of kinderen muziekles krijgen, of verenigingen kunnen blijven bestaan en of wijken plekken hebben waar mensen elkaar ontmoeten. Dat bleek ook uit een recent artikel in NRC waarin Jeroen Bartelse en Kunsten ’92 waarschuwt dat cultuur bij gemeentelijke bezuinigingen vaak als eerste wordt geraakt.
Die reflex lijkt begrijpelijk. Gemeenten staan voor moeilijke keuzes. Vanaf 2027 krijgen zij naar verwachting miljarden minder uit het gemeentefonds, terwijl uitgaven aan wettelijke taken zoals jeugdzorg blijven stijgen. Maar de werkelijkheid is nog complexer. Want achter die relatief kleine begrotingspost schuilt een infrastructuur die veel fundamenteler is voor onze samenleving dan vaak wordt gedacht.
De brede basis van het cultuurbestel
De culturele basis, van muziek- en dansscholen tot verenigingen, centra voor de kunsten en duizenden zelfstandige docenten en makers, vormt het vertrekpunt van bijna elke culturele ontwikkeling in Nederland. Hier maken kinderen hun eerste muziek, ontdekken jongeren hun talent, en blijven volwassenen actief en verbonden. Zó vanzelfsprekend dat we bijna vergeten hoe kwetsbaar dit netwerk is.
Die basis staat namelijk al jaren onder druk. Tussen 2017 en 2023 daalde de subsidie voor deze sector, gecorrigeerd voor inflatie, met ongeveer 15 procent. Organisaties worden daardoor gedwongen te kiezen: zetten zij in op brede kennismaking op scholen en in wijken, of op verdieping en talentontwikkeling? In werkelijkheid proberen docenten beide vol te houden, vaak met grote persoonlijke inzet. Maar een publieke voorziening kan niet draaien op betrokkenheid alleen, hiervoor is financiering nodig.
Het misverstand achter muziekles
Neem de individuele muziekles. Voor veel buitenstaanders lijkt het simpel: ouders betalen lesgeld, en daarmee is de rekening gedekt. Maar zo werkt het niet. Individuele lessen zijn vaak niet kostendekkend. Iedere extra leerling kan het financiële tekort van een muziekschool zelfs vergroten. Dat verklaart waarom er in sommige gemeenten wachtlijsten bestaan die niets met overmatige vraag te maken hebben, maar met financiële onhaalbaarheid.
De voor de hand liggende oplossing, lesgeld verhogen, klinkt logisch, maar is maatschappelijk desastreus. Zodra toegang tot muziek-, dans- of theaterles afhankelijk wordt van de portemonnee van ouders, droogt de instroom naar de sector op. Zoals Lies Colman van het Koninklijk Conservatorium onlangs terecht waarschuwde: we zijn de muzikale infrastructuur die het conservatorium voedt langzaam aan het afbreken. Talent is overal, maar kansen zijn dat niet.
In het onderwijs ligt de sleutel
In dat ecosysteem wordt een cruciaal onderdeel vaak genegeerd: het onderwijs. Want ook op scholen is de culturele basis dun. Veel kinderen komen nauwelijks structureel in aanraking met kunst en cultuur. Dat is niet alleen jammer, het is onverantwoord. Want we weten al jaren, onderbouwd door onderzoek en bevestigd door professionals, dat cultuurbeoefening bijdraagt aan taalontwikkeling, rekenvaardigheid, samenwerking, creativiteit en zelfvertrouwen.
Dat cultuureducatie inmiddels explicieter in de kerndoelen is opgenomen, is een belangrijke stap. Maar zolang de onderwijsinspectie hier slechts beperkt en niet specifiek op toeziet, blijft de praktijk sterk afhankelijk van de prioriteiten van scholen, beschikbare tijd en lokale samenwerking. Het impulsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit werkt al jaren aan duurzame verankering, maar bereikt nog altijd niet alle scholen. Met het oog op het aflopen van dit programma rond 2029 en de onduidelijkheid over een structureel vervolg, bestaat het risico dat opgebouwde kwaliteit verloren gaat. Wat is opgebouwd dreigt daardoor weer om te vallen, en culturele kansen blijven daardoor letterlijk postcode-afhankelijk. Het is hoog tijd voor een structurele investering in cultuuronderwijs.
Cultuur draagt bij aan welzijn, maar wordt nog niet zo behandeld
En dan is er nog de rol van cultuurbeoefening in het sociale domein. Muziek maken, dansen of samen zingen draagt aantoonbaar bij aan mentale gezondheid, aan het gevoel ergens bij te horen, aan zingeving. Gemeenten investeren miljoenen in preventieve jeugdzorg, welzijn en eenzaamheidbestrijding maar het lokale kunstencentrum wordt niet gezien als volwaardige partner, terwijl zorg, welzijn, cultuur en onderwijs juist elkaar kunnen versterken. Dat vraagt een andere manier van kijken: niet domein voor domein, maar vanuit gedeelde maatschappelijke opgaven. Waar gemeenten dit vaak als doel stellen, blijft de praktijk achter, zo laat ook de monitor gemeentelijk beleid van het LKCA zien. Projecten die de sociale basis versterken staan of vallen met de ruimte die een cultuurbudget biedt, terwijl cultuur daar niet op zichzelf staat. Om echt effectief aan gedeelde opgaven te kunnen werken, is er ook gedeeld budget nodig.
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Toegang tot cultuurbeoefening is in Nederland nog te afhankelijk van waar je woont en welke financiële ruimte er thuis is. Daarom is het tijd voor een gemeentelijke zorgplicht voor cultuurbeoefening. Geen vrijblijvende ambitie maar een expliciete verantwoordelijkheid. Niet als sluitpost, maar als basisvoorziening. Want cultuurbeoefening is geen hobby voor enkelen. Het is een publieke voorziening voor ons allemaal.
Investeren in de toekomst
Daarom is de vraag niet of we ons cultuurbeoefening kunnen veroorloven. De vraag is wat er gebeurt als we die basis laten verdwijnen. Want zonder plekken om muziek te maken, te dansen, te spelen en te creëren, wordt het heel snel stil. Niet alleen in de culturele sector, maar in de samenleving als geheel.