Twee op de drie Nederlanders actief in cultuur: wat zeggen de cijfers?
Ruim twee op de drie Nederlanders beoefenden in 2024 een vorm van amateurkunst of erfgoed in hun vrije tijd. Zij zijn onderdeel van de 91% van de Nederlanders die deelnam aan ten minste één culturele activiteit.
Dit blijkt uit Cultuurparticipatie in Cijfers, gebaseerd op de Vrijetijdsomnibus (VTO) 2024 van het CBS, in samenwerking met de Boekmanstichting en het Mulier Instituut. Het rapport laat zien hoe Nederlanders cultuur bezoeken, beoefenen en ondersteunen, en welke verschillen er zijn tussen bevolkingsgroepen.
Wat neemt Cultuurconnectie mee uit de cijfers over cultuurbeoefening?
Cultuurbeoefening in 2024
Het aandeel beoefenaars blijft stabiel rond 68%, maar mensen beoefenen vaker meerdere disciplines. Tegelijk verandert de manier van beoefenen: deelname aan lessen daalde van 33% naar 17% en lidmaatschap van verenigingen van 17% naar 11%. Deelname aan informele collectieven blijven stabiel (10%). Bij dit onderzoek is er voor het eerst gevraagd of mensen gebruik maken van online tools, 22% doet dat waarvan het grootste deel via onlinevideo’s op sociale media.
Als er wordt gekeken naar de domeinen waarbinnen beoefening is uitgevraagd, valt op dat het aantal erfgoedbeoefenaars onder Nederlanders van 12 jaar en ouder is toegenomen: van 32% in 2022 naar 40% in 2024. Dit lijkt vooral te komen door het onderzoek naar historische gebeurtenissen of personen en naar regionale geschiedenis. Mogelijk door de toegenomen aandacht voor het slavernijverleden en het toenemend aantal archieven dat digitaal te raadplegen is.
Ervaren drempels voor cultuurparticipatie
Er is ook gevraagd naar de drempels die mensen ervaren bij cultuurparticipatie. Dit gaat van bezoek, tot beoefening tot het consumeren van cultuur. Hierin blijkt stedelijkheid invloed te hebben op de beoefening van podiumkunsten, en deze invloed lijkt groter te worden. Mogelijk zegt dit iets over de afname en daarmee het kleiner worden van de spreiding van centra voor de kunsten, zoals ook het LKCA eerder liet zien (Goossens, Neele & Burggraaff 2024).
Daarnaast vormt prijs voor één op de drie Nederlanders een belemmering; in de laagste inkomensgroepen vindt 44% culturele activiteiten te duur. Financiële toegankelijkheid blijft dus cruciaal voor brede cultuurparticipatie.
Wat nemen we mee uit de cijfers?
We zien dat de kansen in cultuurparticipatie samenhangen met economische achtergrond, en deelname aan cultuurbeoefening afhangt van de afstand tot een centrum voor de kunsten.
Cultuurconnectie blijft zich inzetten voor toegankelijke cultuurbeoefening voor iedereen. Cultuurbeoefening is een basisvoorziening, geen luxe. Daarnaast houden we de trends en ontwikkelingen over online aanbod en nieuwe disciplines in de sector in het oog.
Wil je meer cijfers over de verschillende beoefeningsdomeinen en meer context bij de getallen? Zie hieronder het hele rapport.