Wat is er aan de hand in Vlaanderen?
De praktijk van cultuurbeoefening is erg vergelijkbaar met die van Nederland: de toegang tot cultuurbeoefening is niet evenredig verdeeld. Opleiding, mobiliteit, gezondheid en representatie bepalen wie het publiek is. Cultuureducatie is te afhankelijk van tijdelijke projecten, postcode en individuele betrokkenheid. De ongelijkheid tussen scholen is groot, en de kwaliteit van het aanbod verschilt enorm constateert de onderwijsinspectie. Deze ongelijkheid wordt gezien als een gezamenlijke opdracht voor culturele organisaties én het brede beleid.
De conclusie is dat kinderen en jongeren zo vroeg mogelijk in aanraking moeten komen met kunst en cultuur, dit is immers bepalend voor de participatie voor de rest van hun leven. Echte toegankelijkheid begint daarom op school, in het kader van de democratisering van cultuur. Kunst en cultuur helpen om de wereld te leren begrijpen en bewuster te ervaren. Wie een kennis-en ervaringsbasis aangeleerd krijgt binnen culturele expressievormen, wordt gemotiveerd om die opnieuw op te zoeken, er meer over te leren of er zelf mee aan de slag te gaan. Cultuureducatie leidt zo tot cultuurparticipatie en zelfontplooiing. Onderwijsdoelen worden maximale kansen.
Dus wat wordt er gedaan?
Daarom wordt er verder gekeken dan een tijdelijke regeling, en wordt er een structurele samenwerking met het departement Onderwijs opgezet. Zo kunnen er gedeelde praktijken worden ontwikkeld, komt er meer kennisdeling en deskundigheid rond leren in, door en met cultuur. Door het structureel te verankeren in het beleid en subsidiekaders wordt hier duurzaam aan gewerkt.
Ook de kansen in het domein Welzijn worden gezien. De waarde van cultuurbeoefening bij ouderen, mantelzorgers, mensen met een psychische kwetsbaarheid wordt erkent en ondersteund, maar een gecoördineerde visie ontbreekt nog. Om de maatschappelijke meerwaarde te borgen wordt een domeinoverstijgende visie opgesteld, waarvan het beleid duurzaam verankerd moet worden.
Kan dit ook in Nederland?
De visienota is in Vlaanderen de eerste stap, het legt belangrijke beleidsprioriteiten vast voor de komende vijf jaar, en stelt het beleidskader voor de komende subsidieronde. Het sluit aan bij de beleidsvisie voor de lange termijn: de Vlamingen kiezen voor verankering van cultuureducatie en borging met andere domeinen.
Nederland beweegt in een vergelijkbare context als het gaat om toegankelijkheid, alleen wordt er nog niet gekozen voor structurele investeringen. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wat er gebeurt na het aflopen van Cultuur met Kwaliteit, een tijdelijke regeling die in 2029 afloopt. Het roept de vraag op wat er gebeurt als er niet wordt gekozen voor een stevige culturele basis.
Die basis staat al jaren onder druk. Tussen 2017 en 2023 daalde de subsidie voor deze sector, gecorrigeerd voor inflatie, met ongeveer 15 procent. Organisaties worden daardoor gedwongen te kiezen: zetten zij in op brede kennismaking op scholen en in wijken, of op verdieping en talentontwikkeling? In werkelijkheid proberen docenten beide vol te houden, vaak met grote persoonlijke inzet. Maar een publieke voorziening kan niet draaien op betrokkenheid alleen, hiervoor is financiering nodig.
Het is tijd voor structurele verankering. Vlaanderen laat zien dat het anders kan: verder kijken dan het volgende project, en als overheid verantwoordelijkheid durven nemen. Een keuze die vertrekt vanuit een eenvoudige overtuiging: cultuur is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van een inclusieve samenleving.