Overige regelingen tussen werkgever en werknemer
Artikel 7:1 – Algemeen
1. De werkgever is verplicht de werknemer in staat te stellen de overeengekomen werkzaamheden naar beste vermogen te verrichten en daarbij in redelijkheid aanwijzingen te (doen) geven met inachtne- ming van de aan de functie gestelde eisen en het doel van de organisatie.
2. De werknemer is verplicht de overeengekomen werkzaamheden met inachtneming van de aan de functie gestelde eisen en het doel van de organisatie naar beste vermogen te verrichten en zich daar- bij te houden aan in redelijkheid door of namens de werkgever gegeven aanwijzingen.
3. De werknemer is verplicht tot een zorgvuldig beheer van aan de werknemer toevertrouwde zaken. Indien de werkgever schade leidt vanwege onzorgvuldig beheer door de werknemer, kan de werkgever de werknemer aansprakelijk stellen.
Artikel 7:2 – Tijdelijke wijziging van plaats van tewerkstelling
Indien en voor zover het belang van de werkzaamheden van de organisatie dit met zich meebrengt, is de werknemer, binnen redelijke grenzen en na overleg hierover, verplicht in te stemmen meteen tijdelijke wijziging in de plaats waar de werknemer gewoonlijk feitelijk zijn werkzaamheden verricht.
Artikel 7:3 – Geheimhouding
1. De werkgever is verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de hoedanigheid van werkgever met betrekking tot de persoon van de werknemer bekend is, tenzij de werknemer toestemming geeft voor het verstrekken van op zijn persoon betrekking hebbende gegevens. Deze verplichting van de werkgever geldt ook na het eindigen van de arbeidsovereenkomst.
2. De werknemer is zowel tijdens als na het eindigen van de arbeidsovereenkomst verplicht tot geheimhouding van wat de werknemer uit hoofde van de functie ter kennis is gekomen en waarvan de werknemer weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat geheimhouding vereist is. Bedoelde geheimhouding door de werknemer is niet van toepassing op het overleg tussen werknemer en raadsman en is evenmin van toepassing op het overleg met collega’s voor zover dit overleg gehinderd zou worden door de geheimhouding.
Artikel 7:4 – Nevenfuncties
1. De werknemer is verplicht de werkgever vooraf te informeren over het (gaan) verrichten van (on) betaalde nevenfuncties en/of (on)betaalde nevenwerkzaamheden en over latere wijzigingen in de aard, omvang of plaats daarvan.
2. Het is de werknemer met een dienstverband in beginsel toegestaan (on)betaalde nevenfuncties en/of (on)betaalde nevenwerkzaamheden te verrichten die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden die de medewerker voor de werkgever verricht. De werkgever kan alleen weigeren in het geval van een gerechtvaardigd objectieve reden. In dat geval ziet de werknemer af van de werkzaamheden. Deze reden zal in ieder geval aan de orde zijn wanneer de werknemer tijdens of bij beëindiging van het dienstverband cursisten van de organisatie actief werft voor een eigen beroepspraktijk.
3. De werknemer kan in het geval van lid 2, laatste volzin, schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot ontheffing bij de werkgever indienen.
4. Indien de werkgever over een verzoek als bedoeld in lid 3, na overleg met de werknemer besluit om een nevenfunctie of nevenwerkzaamheden niet toe te staan, wordt dit schriftelijk en gemotiveerd bericht aan de werknemer.
5. Indien de werkgever bekend is met nevenfuncties en/of nevenwerkzaamheden van de werknemer, gaat de werkgever niet over tot (wijziging van) de inroostering van werkzaamheden dan na overleg met de werknemer.
Artikel 7:5 – Ongewenst gedrag en omgangsvormen
1. Onder ongewenst gedrag wordt verstaan elke gedraging die door een medewerker als niet gewenst, bedreigend en/of kwetsend wordt ervaren. Bij ongewenst gedrag worden de grenzen van de medewerker overschreden. Onder ongewenste omgangsvormen wordt verstaan discriminatie, seksuele intimidatie, agressie en geweld en pesten en treiteren.
2. De werkgever is verplicht beleid te voeren dat erop is gericht ongewenst gedrag/ongewenste omgangsvormen zoveel mogelijk te voorkomen en beperken. De werkgever zorgt voor een sociaal veilige werkomgeving en bevordert de deskundigheid van leidinggevenden en werknemers.
3. De werkgever zal altijd aangifte doen bij het vermoeden van strafbare feiten.
4. Het OAK heeft de klachtenregeling ongewenst gedrag ondergebracht bij de klachtencommissie ongewenst gedrag (https://www.kcog.nl/). Deze klachtenregeling voorziet in een klachtencommissie.
5. De kosten van behandeling van een ingediende klacht worden gedragen door de werkgever.
6. Degenen die een klacht kunnen aanbrengen bij de klachtencommissie zijn personen die werkzaam zijn bij of werkzaamheden verricht voor organisaties die lid zijn van Cultuurconnectie.
7. Het protocol voor de klachtenprocedure is opgenomen in Bijlage 4.
8. Het OAK heeft zich hiernaast aangesloten bij Mores, het steun- en adviespunt over grensoverschrijdend gedrag. Mores heeft tot doel om een veilige haven te bieden voor melders en bij te dragen aan sociale veiligheid op de werkvloer binnen de sector.
9. Het steun- en adviespunt heeft een vangnetfunctie. Werkenden die met grensoverschrijdend gedrag te maken hebben (gehad) en nergens anders terecht kunnen of willen, kunnen via mail of Whatsapp bij een vertrouwenspersoon van Mores terecht. Contactgegevens en meer informatie: https://www.mores.nl/.
10. Ook organisaties uit de sector kunnen bij Mores terecht voor (korte) adviesvragen over sociale veiligheid op de werkvloer.
Artikel 7:6 – Ontoelaatbare handelingen
1. Het is de werknemer niet toegestaan (in)direct deel te nemen aan door derden voor de werkgever uitgevoerde aannemingen, leveringen of werken.
2. Het is de werknemer niet toegestaan (in)direct geschenken, beloningen of provisie aan te nemen of te vorderen van:
- Instanties of personen die werkzaamheden voor de werkgever verrichten.
- Leveranciers van de werkgever.
- Instanties, leveranciers of personen met wie de werknemer in het kader van zijn functiecontact heeft.
3. Indien de werknemer in strijd handelt met het bepaalde in de vorige leden, kan de werkgever over- gaan tot het opleggen van disciplinaire maatregelen.
Artikel 7:7 – Relatiebeding
1. Dit artikel geldt niet voor werknemers die in dienst treden op of na 3 april 2020. Dit artikel geldt wel voor de werknemers die vóór 3 april 2020 in dienst zijn getreden.
2. Het is de werknemer tijdens of bij beëindiging van het dienstverband niet toegestaan cursisten van de organisatie actief te werven voor een eigen beroepspraktijk. Werkgever neemt voormedewerkers met een contract voor bepaalde tijd aanvullend artikel 7:653 BW in acht.
3. Bij overtreding van dit verbod verbeurt de werknemer ten behoeve van de werkgever een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van €2.500,- voor het enkele feit der overtreding en €500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de werknemer in overtreding is. Alsdan zijn tevens de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten voor rekening van de werknemer.
4. De boete als genoemd in lid 3 laat onverlet de gehoudenheid van de werknemer tot betaling aan de werkgever van een volledige schadevergoeding te dezer zake indien deze meer dan gemeld boetebedrag mocht belopen.
5. Het relatiebeding is niet van toepassing bij ontslag op initiatief van de werkgever wegens bedrijfseconomische reden.
Artikel 7:8 – Op non-actiefstelling
1. De werkgever kan, na de werknemer gehoord te hebben, de desbetreffende werknemer voor een periode van ten hoogste 2 weken op non-actief stellen, indien naar het oordeel van de werkgever de voortgang van de werkzaam- heden door welke oorzaak dan ook ernstig wordt belemmerd. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met dezelfde periode worden verlengd. Een op non-actiefstelling kan door de werkgever te allen tijde worden opgeheven.
2. Het besluit tot op non-actiefstelling alsmede het besluit tot verlenging ervan wordt door de werkge- ver zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 48 uur, per aangetekend schrijven aan de werknemer meegedeeld onder vermelding van de redenen waarop deze maatregel is vereist.
3. Gedurende de op non-actiefstelling behoudt de werknemer het recht op salaris.
4. De werkgever is gehouden gedurende de periode van op non-actiefstelling te bevorderen dat de werk- nemer zijn werkzaamheden kan hervatten.
5. Na het verstrijken van de periode van 2 weken respectievelijk 4 weken is de werknemer gerechtigd zijn werkzaamheden te hervatten.
6. De op non-actiefstelling kan niet bij wijze van strafmaatregel worden gebruikt.
Artikel 7:9 – Zorgverzekering
1. Cultuurconnectie heeft voor haar leden een collectieve zorgverzekering afgesloten.
2. Indien de werknemer zich aanmeldt als verzekerde voor de basisverzekering en/of aanvullende verzekering zal de werkgever de tussen Cultuurconnectie en de zorgverzekering overeengekomen kortingen voor werkgever op de desbetreffende pakketten doorgeven aan de werknemer.
Artikel 7:10 – Verzekering van instrumenten/gereedschappen
De werkgever draagt zorg voor verzekering van instrumenten en gereedschappen van de werknemer die deze op verzoek van werkgever gebruikt en transporteert.